Filed under Aflevering 4-54, Ruurd Firet by myrtedejong on 13 juli 2011 at 19:52
no comments
Zonder enig bewustzijn van de context waarin bovenstaande zin voorkwam las ik deze op een affiche in de Amsterdamse metro. Zo’n saai zakelijk exemplaar met enkel tekst. Hoofdzakelijk zwart gedrukt. Hier en daar een lichtblauw zinnetje. Deze was één van die hemels blauwe zinnetjes.
Ik las de zin in een min of meer poëtische betekenis. Zoiets in de trant van; het succes der lichtvoetigheid. Een positief gevoel wat iemand vleugels kan geven. Een zinnetje met glans. Om in te lijsten of te gebruiken als titel voor een romantisch boek.
Wat een ontgoocheling toen ik de rest van de tekst tot mij nam.
Vanwege een staking rijden er op woensdag 29 juni geen trams, bussen en metro tussen 9.00 en 15.00 uur vanwege en werkonderbreking. Vervolgens wat tekst waarom het GVB staakt en dan…… de veren varen wel.
De glans verdween. Het droombeeld van Albatros die machtig en krachtig al klapwiekend zijn weg door het luchtruim zoekt werd wreed verstoord. Ik werd weer wakker in de dagelijkse realiteit van in dit geval bezorgd, ontevreden openbaar vervoer personeel. Gelijk was ik daarmee ook weer terug bij mijn dagelijkse werk in en rondom de complexe wereld die jeugdzorg heet. Denkend aan de brief die ik nog moest afmaken over niet betaalde zorg aan een drietal kinderen omdat zij in een zorginstelling verblijven die weer anders dan provinciaal gefinancierd wordt. De ontschotting van zorg zou mij en vele anderen in de (jeugd)zorg vleugels geven. We zouden er bij wel varen. Maar helaas moet ik mijn dagelijkse probleem van niet-ontschotte zorg nu nog met kunst en vliegwerk zien op te lossen. Daar vaart niemand wel bij. Kost alleen maar geld, tijd, en frustratie. En levert geen winst of winnaars op.
Tijdens de korte metrorit voelde ik de spanning tussen droom en werkelijkheid.
De droom van een jeugdzorg waarin professionals ruimte krijgen en nemen om te handelen. Zich niet bekommeren om administratieve ballast, onnodige regel en bemoeizucht. Professionals die tijd krijgen en als vanzelfsprekend nemen om veranderingen en vernieuwingen eigen te maken. Zonder zich andere werkvormen die door vreemden bedacht zijn op te laten dringen.
De werkelijkheid waarin gedacht wordt in problemen in plaats van vragen. De professional die zich (protocollair) moet verdedigen voor zijn vaak beperkte handelen. De dagelijkse druk jezelf teweer te stellen tegen het vermoeid makende verzuchten dat iedereen langs elkaar heen werkt en de jeugdzorg alleen maar een complexe wereld vertegenwoordigd.
Wandelend van metrostation naar mijn werkplek was het probleem van de jeugdzorg in mijn hoofd nog allerminst opgelost. Maar de geruststellende gedachte dat de veren wel varen deed mij goed. Ondanks een misschien gerechtvaardigde strijd in het openbaar vervoer was er in ieder geval over water nog beweging mogelijk. Ja, dat was het. Beweging is dus altijd mogelijk. Gewoon doen, handelen, in de jeugdzorg kent geen staking, regels en allerlei andere vormen van ballast. Want alle verhalen over vermeend falen van hulpverleners worden ingegeven door wat zij mogelijk aan handelingen hebben nagelaten. De eigen-wijze hulpverlener die handelt naar de vraag van kinderen en ouders. Daar vaart iedereen wel bij en verleent de complexe wereld van jeugdzorg meer glans en geeft vleugels.
Ruurd Firet
RuurdFiret@bmc.nl
Filed under Aflevering 4-49, Columns by myrtedejong on 21 juni 2011 at 09:55
no comments
Vorige week hebben we een nieuwe printer gekocht. Zo’n draadloze, erg handig. Je hoeft de luie stoel niet meer uit om te kunnen printen. Het duurde alleen wel even voordat ik de installatie goed geregeld had op de verschillende laptops bij ons thuis. Een Mac en een Netbook zonder discdrive vragen om verschillende benaderingen, wat in de computerwereld nog wel eens ingewikkeld ligt. Toch is het zonder al te veel moeite helemaal goed gekomen, dankzij een goede ‘digitale helpdesk’.
Deze helpdesk werkt volgens een in de computerwereld vaak gehanteerd principe, via vraag en antwoord. Simpel en vaak doeltreffend. Ik stel een vraag, en wordt stap voor stap richting de mogelijke oplossingen geloodst. Na elke oplossing krijg ik de vraag of dit de oplossing is voor mijn probleem. Zo niet, dan gaan we naar de volgende mogelijke oplossing, zo ja: dan heb ik het gewenste antwoord. Mocht ik geen antwoord vinden op mijn vraag dan kan ik terecht bij een helpdesk (digitaal via mail of forum, anders telefonisch) die me verder op weg zullen helpen. Een toegankelijk, vraaggericht principe. Een principe waar de jeugdzorg nog veel van kan leren.
Want wat is het landschap van hulpverlening vaak ondoorzichtig en gedifferentieerd! Ik durf te stellen dat vrijwel niemand in een bepaalde regio het complete overzicht heeft over het hulpaanbod. Het systeem is daarbij ook voornamelijk ingericht op een manier waarop het aanbod centraal staat – en dus niet de vraag. Ik denk dat dit (veel) beter ingericht kan worden. De (digitale) mogelijkheden zijn er al lang, maar worden nog te weinig benut. Uitzonderingen daar gelaten.
Ik denk dan aan een digitale sociale kaart, voor iedereen toegankelijk. Vraaggericht. Ik kan me voorstellen dat als dit goed opgezet wordt, mensen met een hulpvraag laagdrempelig geholpen kunnen worden. Het hulpaanbod wordt daarbij een stuk transparanter, helemaal als er ook zicht komt op de wachttijd, en op wat nodig is om in aanmerking te komen voor een specifieke vorm van hulp. Gekoppeld aan een forum en telefoonnummer. Daarbij wordt ook inzichtelijk wat er mist in het hulpaanbod – de vraag zal meer centraal komen te staan. In mijn opdrachten bij het AMK merk ik dat hier nog veel winst te boeken is. Er wordt een melding gedaan, er wordt een onderzoek ingesteld, en daarna wordt indien nodig gesproken over het organiseren van hulpverlening. Waarom kan dit niet nog meer aan de voorkant geregeld worden?
“Is uw vraag beantwoord?” Mijn vraag was snel beantwoord en ik kan met een druk op de knop printen. Werkt als een zonnetje. Waarom kan een dergelijk systeem niet opgezet worden voor mijn opvoedvragen, of die van mijn buurvrouw? Ik denk dat zo’n transparant en laagdrempelig systeem preventief kan werken, en zich zal richten op de vraag in plaats van het aanbod. Wellicht een mooi uitgangspunt voor gemeenten in het kader van de transitie van de jeugdzorg!
JaapJanBoer
JaapJanBoer@bmc.nl
Filed under Aflevering 4-45, Columns by myrtedejong on 6 juni 2011 at 08:57
no comments
Soms vraag ik me wel eens af wat er leidend is in de jeugdzorg: de vraag van een jongere, of het aanbod van zorgaanbieders. En ik krijg dan de indruk dat te vaak het tweede het geval is. We denken daarbij in kaders, proberen problemen in hokjes te plaatsen, en trekken de oplossing uit de kast die we altijd voor dat probleem gebruiken. Want regelmatig blijkt dat toch echt tot verbetering te leiden.
Voor het aanbieden of ontwikkelen van nieuwe vormen van hulpverlening lijkt soms minder tijd gemaakt te worden. We blijven doen wat we altijd al deden. En als dat niet het gewenste effect heeft, komt dat door anderen redenen – bijvoorbeeld de motivatie van het gezin zelf.
Te vaak is dat een gemiste kans. Uitgaan van het (regionale) zorgaanbod is proberen gezinssystemen in een keurslijf te gieten. Terwijl de ervaring leert dat geen twee gezinnen of problemen identiek zijn.
Inmiddels zit ik meerdere jaren bij verschillende AMK’s in den lande. En naast veel zinnige inzichten, werkt die ervaring ook wel eens tegen me. Ik druk soms te snel stempels op een probleem. Gechargeerd beschreven gebeurt het volgende:
(V)echtscheidingzaak? Mediation, Omgangshuis, en als dat niet werkt: naar de Raad.
Financiële en/of huisvestingsproblemen? Naar het maatschappelijk werk.
Hulpverlening komt niet van de grond? Naar de Raad voor de Kinderbescherming.
Problemen in de omgang met elkaar? Systeemtherapie.
Graag zou ik meer tijd en ruimte willen hebben – of nemen – om eens te zoeken naar andere oplossingen. Oplossingen die het gezin zelf aandraagt. Oplossingen die niet uitgaan van het bestaande aanbod, maar van de eigen vraag van de cliënt. En die uitgaan van het bieden van maatwerk.
Ik weet zeker dat hier talrijke voorbeelden van zijn. Helaas is mijn kennis of netwerk te klein om deze te zien of te horen. Om die reden het verzoek aan de lezer:
Wilt u mij voorbeelden, verhalen, opsturen waarin op creatieve wijze gezocht werd naar oplossingen buiten de gebaande paden?
Het zou mijn horizon verruimen – waardoor ik jeugdigen beter kan ondersteunen in hun hulpvragen.
JaapJan Boer
JaapJanBoer@bmc.nl
Filed under Columns, JaapJan by christinebos on 28 april 2011 at 18:37
no comments
Het is Pasen! En dat lijkt me een mooi moment om goed nieuws te verkondigen en het kort te houden. Dus zo maar een greep uit al het goede nieuws van de afgelopen weken. Ten eerste natuurlijk het weer. Prima zo. Zelfs moeilijke gesprekken met ouders over mogelijke kindermishandeling verlopen een stuk soepeler. Dat is prettig – het gedeelde belang komt dan toch meer centraal te staan.
Dan was er goed nieuws uit Baarn, waar ik samen met een college een workshop over de meldcode kindermishandeling mocht verzorgen voor de collega’s uit het (speciaal) onderwijs. Uit de gesprekken bleek het gedeelde gevoel van urgentie. Ik was onder de indruk van twee jonge dames, die een uitstekende meldcode hadden ontwikkeld op hun school. Waarbij ouders nadrukkelijk de ruimte werd gegeven om gezamenlijk naar een oplossing te zoeken, alvorens eventueel te melden bij Bureau Jeugdzorg.
Privé was er ook goed nieuws, afgelopen donderdag. Een echo liet een vlot groeiende en drukke tweeling zien die zich gezond lijken te ontwikkelen. Ze leken zelfs te zwaaien op de echo, begin juli hopen we te weten hoe ze er uit zullen zien.
Ook goed nieuws uit Overijssel, waar provincie en gemeenten elkaar vinden in de visie op jeugdzorg. Kijken naar mogelijkheden, eigen kracht, daadwerkelijk samen werken en werken aan een dialooggericht zorgaanbod.
Al met al positieve ontwikkelingen, die deze paasdagen extra mooi maken!
JaapJan Boer
JaapJanBoer@bmc.nl
Filed under Columns, JaapJan by christinebos on 17 februari 2011 at 19:50
one comment
Barcelona, Olympische Spelen, 1992. De halve finale van de 400 meter hardlopen bij de mannen. Eén van de favorieten is de Britse atleet Derek Redmon. Volle tribunes. Hoge verwachtingen. Dit zijn de momenten waar je het als sporter voor doet, hier heb je jarenlang voor getraind. Het schot klinkt, de atleten zijn weg. Derek loopt in baan 4, het publiek probeert atleten naar de finish te schreeuwen. Na 150 meter voltrekt zich een drama op baan 4, een schreeuw klinkt. Derek grijpt naar zijn hamstring, valt stil. Zakt door zijn knieën. Een verschrikkelijke pijn, de wereld lijkt stil te staan. Midden op de baan zit Derek, het hoofd gebogen. Zijn droom vervlogen. Een doodse stilte.
Na een paar minuten staat Derek Redmond op. Hij probeert te lopen, maar zijn hamstring weigert. Hij weigert op te geven. Zijn doel is de finish halen. Rennen en lopen lukt niet – dan maar hinkelend. Het publiek gaat massaal achter hem staan. Opeens springt er iemand van de tribune, die naar Derek toe rent. Het is zijn vader. Derek legt zijn arm om zijn vader, samen op weg naar de finish. Van alle kanten komen mannen aangelopen met gele jassen en walkie-talkies. Dit is niet volgens protocol. Anderen zijn niet geoorloofd om op de baan te lopen. En de planning loopt uit op deze manier. Boos wuift de vader deze mannen weg. Ze druipen af, gedesoriënteerd. Ze moesten toch het protocol volgen?
Derek heeft de finish gehaald, met dank aan zijn vader. Een atleet die een doel heeft, en dat wil behalen. Met hulp van zijn vader haalt hij dit, toen hij het zelf even niet meer kon.
Haarlem, AMK, 2011. Een meisje, aan de vooravond van haar puberteit. Depressief. Een moeder die haar niet begrijpt, en niets om haar lijkt te geven. Veel verbaal en soms fysiek geweld. Ze vindt het verschrikkelijk om naar school te gaan, daar wordt ze gepest. Dit meisje staat er alleen voor. Het AMK probeert ondersteuning in te zetten. De Raad voor de Kinderbescherming heeft te weinig signalen dat de veiligheid ernstig bedreigd wordt om snel in te kunnen grijpen. Voor vrijwillige hulpverlening is weinig motivatie.
Diep in mijn hart denk ik dat dit meisje eerst behoefte heeft aan een maatje. Iemand die naar haar luistert, die leuke dingen met haar doet. En k ken iemand, in haar buurt, die de gave heeft om op een positieve manier met beschadigde pubermeisjes om te gaan. Alleen: zij is geen hulpverlener. En toch durf ik deze twee mensen niet bij elkaar te brengen. Ik volg het protocol, doe wat ik moet doen. Maar ergens denk ik: ik zou mee willen zijn zoals de vader van Derek Redmon. De baan opstappen, je hart volgen en spontaan doen wat je nodig acht, om zo dit meisje te helpen een doel te bereiken. En toch heb ik niet altijd het lef om mijn hart hierin te volgen.
Filed under Aflevering 4-8, Columns by myrtedejong on 28 januari 2011 at 10:29
no comments
Ik vind het vreemd als ik een jongen van 14 jaar oud vijf biertjes op een avond zie drinken. Deze en andere stellingen werden voorgelegd aan ouders van kinderen in de leeftijd van 10 tot 18 jaar. Dit gebeurde in een serie telefonische interviews in het kader van de evaluatie van het project Alcoholmatiging Rivierenland. Als projectleider ben ik natuurlijk erg benieuwd naar de resultaten van dit onderzoek.
Bij de interviews stond de vraag centraal: wat weten ouders eigenlijk van het alcoholgebruik van hun kinderen en van de gevolgen daarvan? En: wat weten ze van de mogelijkheden die zij, als opvoeders, hebben om dit alcoholgebruik te beïnvloeden? Ouders spelen een belangrijke rol in het voorkomen van overmatig alcoholgebruik van jongeren. Zij kunnen het alcoholgebruik van hun kinderen op verschillende manieren beïnvloeden. Voorbeelden van de invloed die ouders op alcoholgebruik kunnen hebben, zijn het stellen van duidelijke regels, het houden van toezicht en het afkeuren van risicovol gedrag.1 Uit de telefonische enquêtes die gehouden zijn met ouders in de regio Rivierenland blijkt dat ouders over het algemeen negatief staan ten opzichte van alcoholgebruik door (hun) kinderen. Daarbij laten ouders ook zien dat zij ervan op de hoogte zijn dat alcoholgebruik voor kinderen onder de 16 jaar schadelijk is. De helft van de ouders keurt het niet goed als hun kind alcohol drinkt. Helaas maken ouders hier vaak geen afspraken over met hun kinderen. Ouders onderschatten die rol die zij kunnen spelen als het kind eenmaal is begonnen met alcohol drinken. Zo heeft ruim een derde van de ouders (37%) in het geheel geen afspraken gemaakt met hun kinderen over alcoholgebruik. Dit is in tegenspraak met het feit dat ouders wel onderschrijven dat het alcoholgebruik binnen de perken gehouden kan worden door het maken van duidelijke afspraken.
Afspraken maken met je kinderen blijkt dus een moeilijke klus te zijn! Ik vind het jammer dat ouders hun eigen rol zo onderschatten.Voor de komende periode gaan we hier in het project aandacht aan besteden. Afsprakenlijsten, contracten en werken met beloningen. Allemaal methoden die kunnen werken. De ouders in het onderzoek geven aan de campagnes hierover te waarderen en dat geeft ons een extra steuntje in de rug.
[1] Jackson C, Hendriksen L, Dickenson D (1999): Alcohol-specific socialization, parenting behaviours and alcohol use by children. Journal of studies on alcohol, vol 60; p362-367.
Filed under - Hoofdredactioneel Commentaar door Peter Paul Doodkorte, Aflevering zeven by myrtedejong on 24 januari 2011 at 09:37
no comments
Hoofdredactioneel commentaar – door Peter Paul J. Doodkorte
Momenteel buitelen alle partijen over elkaar heen als het gaat om de situatie met Brandon van Ingen. De Haagse politici spreken schande, de publieke opinie ook, ‘s Heeren Loo probeert haar beleid zo goed mogelijk te verdedigen en uit te leggen dat de situatie van Brandon – zij het schrijnend – noodzakelijk is.
Het lijkt wel voetbal! Iedereen heeft er verstand van. Ik vind deze discussie afwisselend hemeltergend en stuitend. Zorg- en dienstverleners moeten heel veel met steeds minder middelen. Niet alleen mensen als Brandon komen daardoor in nood, maar ook de professionals. Omdat de politici en bestuurlijk verantwoordelijken “vragen stellen,” terwijl zij tegelijkertijd bezuinigingen in de zorg met verve verdedigen. Inderdaad, de zorg draait tegenwoordig veelal om geld, geld en nog eens geld. Ook in dit geval komt het financiële plaatje om de hoek kijken. Hoe hard dat ook klinkt. Natuurlijk wil iedereen het liefst dat er een oplossing gevonden wordt, maar deze kwestie is niet 1,2,3 op te lossen. Er wordt alleen maar ingezoomd op de fouten die gemaakt worden, terwijl er ook al vreselijk veel is geprobeerd.
De discussie is – wat mij betreft – ook weerzinwekkend vanwege de boventoon van het digitalisme in het debat. Als je voor A kiest, kies je niet voor B. Achteraf – en van de wal af bezien – is het zeker zo, maar wanneer je zelf voor een dergelijke keuze staat, zijn er plots argumenten te over ter nuancering en verontschuldiging.
Het heeft ermee te maken dat we keuzes altijd dramatischer maken dan ze in feite zijn. Bij dit alles spelen de media een grote rol. Veronderstelde en bewezen misstanden in de thuissituatie, op scholen, op straat en in zorginstellingen worden breed uitgemeten in de media. Waarbij zij onvoldoende van elkaar onderscheiden en in hun context geplaatst worden. Dit leidt al gauw tot een algemene volkswoede.
Hoe schrijnend de voorbeelden ook zijn, de wijze waarop wij er mee omgaan is somtijds ook op het lachwekkend af. In situaties als die van Brandon lijkt in onze reacties de blinde emotie leidend. Om het volgende moment als antwoord op toenemende agressie en geweld (onder andere tegen politiemensen, ambulancebroeders etcetera) om te slaan in een oorverdovende roep om meer en zwaarder straffen (vrijheidsberoving!). Als je alle reacties op situaties als die van Brandon samenvat, is mijn conclusie dat sprake is een gedesoriënteerde samenleving die niet meer kan omgaan met de nuance. Dat kennelijk de emotie regeert in plaats van het gezond verstand.
Dit OF/OF denken maakt het inderdaad allemaal erg dramatisch en leidt tot keuzestress. Met dit OF/OF denken maken wij onszelf en elkaar gek en handelen onmogelijk. Het risico van deze benadering is dat we daarmee het kwaad buiten onszelf plaatsen en degenen die wel handelen ongenuanceerd en ten onrechte veroordelen.
Wie van ons is nooit geconfronteerd met een vrijheidsbeperkende maatregel? Is nooit in de hoek gezet vanwege stout gedrag? Heeft nooit kamer- of huisarrest gehad vanwege een ondeugendheid? Welke opvoedende ouder of professional vraagt zich niet bij voortduring af wat pedagogisch verantwoord is en wat niet? Hoe om te gaan met aan hun zorg toevertrouwde jonge of oudere mensen? Het antwoord is niet een digitaal ‘ja’ of ‘nee’. Maar vraagt om een meer genuanceerde beoordeling van de omstandigheden. Zoals het antwoord op de vraag of een vrijheidsbeperkende maatregel als die van Brandon (nog) wel verantwoord is, vraagt om rekening te houden met meerdere factoren. Het gaat daarbij niet om de veiligheid of integriteit van Brandon OF de professional, maar om een balans daartussen. Zoals het debat over de multiculturele samenleving vraagt ook om het verantwoord laveren tussen deze culturele verschillen. Wat bij de ene cultuur geldt als “goed” beschouwd wordt kan in een andere worden bestempeld als “slecht en/of fout”.
In een van de vele artikelen die de afgelopen week volgden op de berichtgeving rond de situatie van Brandon van Ingen werd de vraag gesteld of dit niet het zoveelste voorbeeld van de onmacht in de zorg is; of misschien wel het failliet van de zorg? Mijn antwoord daarop is, dat situaties als die van Brandon niet duiden op het failliet van de zorg, maar op het failliet van het technocratisch denken en doen. Waarbij wij de suggestie oproepen of – erger nog – als uitgangspunt hanteren dat alles regelbaar is.
Alleen wanneer wij de maatschappelijke worsteling met ‘goed’ en ‘fout’ onderkennen, zullen wij er ook effectief mee kunnen omgaan. Waarom? Omdat het effect van het digitaal denken en doen ons anders – als een springende etterbuil – in het gezicht zal spatten. Bovendien geven wij onszelf zo het instrumentarium om in een proces van communicatie met anderen te treden over wat nastrevenswaardig en noodzakelijk is. En elkaar en onze samenleving zo in de toekomst van onheus handelen of oordelen kunnen (proberen te) behoeden.
De komende jaren moeten zorginstellingen het aantal vrijheidsbeperkend maatregelen fors verminderen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de belangrijkste partijen in de langdurige zorg tekenden daarvoor eind 2008 een intentieverklaring. De sectoren moeten deze veranderingen zelf realiseren. Ik onderschrijf dat streven naar het terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen van harte. Maar ben niet blind voor de dilemma’s die daarbij spelen. En daarop baseer ik mijn overtuiging – hoe spijtig en pijnlijk ook – dat het uitbannen van vrijheidsbeperkende maatregelen in de zorg nooit en te nimmer volledig bereikt kan en moet worden. Vrijheidsbeperking moet rechtvaardig zijn, zinvol en passend bij het individu qua leeftijd en het gedrag. En gebeuren op een moment dat het past, met als doel voor de betrokkenen grenzen aan te geven en (veilige) kaders te stellen.
Filed under Aflevering 1, Columns by myrtedejong on 3 januari 2011 at 15:04
no comments
Zo tegen het eind van het jaar komt de grote schoonmaak en opruimronde er weer aan. Dus pak ik die grote papieren stapel er maar weer eens bij, en probeer te scheiden wat weg kan en wat moet blijven. Geen leuke klus, ook geen makkelijke klus. Maar toen ik wat dieper inging op de inhoud van al het materiaal waar ik doorheen ging (folders, aantekeningen, mappen, protocollen, schriften) raakte ik geboeid. Geboeid, door wat je allemaal meemaakt in een jaar. En: wie je allemaal ontmoet. Inspirerende mensen. Gebroken mensen. Egoïstische mensen. Bevlogen en bewogen mensen. Zieke mensen. Wijze mensen.
Zo bladerde ik mijn aantekenschriften door, waarin ik de gespreksverslagen met ouders en jongeren die ik sprak in het kader van een AMK onderzoek op heb geschreven. En net als vorig jaar komt dan de twijfel. Heb ik het wel goed aangepakt, heb ik het goede advies gegeven? Ook komt de hoop: zouden deze mensen inmiddels hun leven wat meer op de rit hebben gekregen? Hoe zouden al die jonge mensen het maken? Ik probeer me net als volgend jaar voor te stellen hoe deze mensen 2010 afsluiten – en 2011 beginnen.
Het verhaal wat mij het meest bij zal blijven, is het verhaal van Fransje (6). Fransje is verstandelijk beperkt, kan slecht horen en zien. Zijn moeder is alles voor hem, en Fransje is alles voor zijn moeder. Maar het kost haar verschrikkelijk veel moeite om Fransje te geven wat hij nodig heeft. Een oudere broer van Fransje is al uit huis geplaatst – permanent. Deze moeder doet er alles aan om voor Fransje te blijven zorgen, en in hele kleine stapjes, met veel begeleiding lukt dat redelijk. Maar het is zwak, en het zal altijd de vraag blijven of het voldoende is voor Fransje. Ik gun Fransje zijn moeder, en andersom. Maar soms is je uiterste best doen als moeder nog niet voldoende om Fransje te geven wat hij nodig heeft. Toch hoop ik dat zij samen de kerst kunnen vieren. Maar 2011 zal opnieuw een lastig jaar worden voor dit gezin.
Een andere ervaring gaat over gescheiden ouders. Die enorm diep zijn weggezakt in een moeras van onderling wantrouwen. Er leek geen uitweg, en de kinderen werden meegezogen in dit moeras. Er leek geen andere oplossing dan een OTS, maar we wilden de ouders een kans geven om samen met de kinderen hulpverlening te aanvaarden. Een soort systeemtherapie. En deze therapeute heeft een ingang gevonden bij beide ouders, waardoor er weer gedacht wordt aan het belang van de kinderen. Buitengewoon indrukwekkend. Ik heb ervan overtuigd dat 2011 voor dit gezin beter gaat worden dan 2010.
En dat wens ik u allen toe: een fantastisch 2011. Waarin we oog hebben voor elkaar, en een speciaal oogje voor de kwetsbaren in onze maatschappij. Want iedereen ook in 2011 willen we dat iedereen meetelt. Doet u mee?
Filed under Aflevering 93, Columns by myrtedejong on 13 december 2010 at 09:38
no comments
In vroeger tijden werden nieuwe steden gebouwd op oude steden. Het computerprogramma Windows werkte lange tijd volgens hetzelfde principe. Elke nieuwe versie werd gebouwd op het fundament van de vorige versie. Het gevolg was dat bepaalde Windows onderdelen te kampen hadden met onverwachte fouten, die hun oorsprong hadden in een (veel) oudere versie. Dit principe leidt ook in onze hedendaagse beleidssystemen tot onverwachte fouten – of verkeerde inschattingen. Kijk bijvoorbeeld naar ons wegenstelsel. We bouwen voortdurend voort op het bestaande, met alle knelpunten van dien. Vervolgens pakken we de knelpunten aan, extra rijstrookje hier, spitsstrookje daar. Het gevolg is tijdelijke verlichting van de filedruk, totdat ergens anders op dezelfde weg een nieuw probleem ontstaan. Hierin mis ik wel eens een visie die verder gaat dan uitgaan van het bestaande, maar rekening houdt met de toekomst.
Ik vraag me wel eens af hoe ik de beleidssystemen rond de jeugdzorg in zou richten, als ik helemaal opnieuw mocht beginnen. Wellicht een gevaarlijke vraag, aan de vooravond van de transitie van grote delen van de jeugdzorg van provincie naar gemeenten. Toch een poging voor “Jeugdzorg 2025”, waarbij reacties en input natuurlijk van harte welkom zijn. Ik probeer hier een korte, ongetwijfeld gebrekkige, schets neer te zetten op basis van mijn ervaringen met cliënten in de jeugdzorg.
Laten we beginnen op het hoogste niveau. De minister. Momenteel valt de jeugdzorg onder drie departementen. Zonde. Waarom niet één minister van (of: voor) Jeugd. Een structurele post in elk kabinet, die alle belangen behartigd van de jeugd, laten we zeggen van 0-18 jaar. Geen programmaministerie, maar een minister met een eigen budget. Net zoals elk kabinet een minister van Verkeer heeft, zal elk kabinet vanaf 2025 een minister van Jeugd hebben.
In 2025 wordt sterk ingezet op vroegtijdige signalering, door middel van een goede samenwerking met het onderwijs, sportscholen, ziekenhuizen en huisartsen. Deze professies ontmoeten elkaar structureel in het Centrum voor Jeugd en Gezin. Deze Centra zijn inmiddels uitgebouwd tot centrale ontmoetingspunten waarin alle zaken voor/door Jeugd zijn geregeld. In elk Centrum zijn ook faciliteiten voor jongeren, talent en/of competentie ontwikkeling is mogelijk. En natuurlijk is er een loket waarin jongeren worden begeleid naar werk. De Centra voor Jeugd en Gezin zijn de ogen en oren voor de minister van Jeugd.
De financiering dan, die zal veel eenvoudiger zijn. Er zal sprake zijn van één budget per cliënt. Dit budget hangt af van de problematiek. Bij aanvang van zorg krijgt elke cliënt een vaste zorgcoördinator toegewezen die het budget samen met de cliënt beheert, vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin. Dit kunnen ook vrijwilligers zijn.
Helaas kan een column maar bestaan uit maximaal 450 woorden, maar ik merk dat ik op deze manier nog veel meer ideeën heb over hoe de Jeugdzorg er in 2025 uit zou kunnen zien. En het mooie is: ik zal niet de enige zijn, en ik zal ook niet vernieuwend zijn. Maar als we de volgorde nou eens omdraaien in onze visie: we kijken eerst naar wat nodig is, en dan kijken we pas naar hoe het bestaande hierbij aansluit.
Filed under Aflevering 95, Columns by myrtedejong on 9 december 2010 at 09:30
no comments
Onderwijs,of eigenlijk docenten, was het onderwerp de hele week. Een mooi onderwerp, immers ooit zelf opgeleid als eerste graad docent.
In de auto zat ik, van en naar verschillende van mijn opdrachten, en luisterde die week naar de verhalen van andere luisteraars over hun docenten, het was de week van de leraar. Ik dwaalde af en dacht aan de leraren uit mijn school en studietijd. Maar vooral van mijn tijd op het voortgezet onderwijs, die ene populaire docent en die strenge leraar. Die leraar Frans die elke maand wel vertelde hoe cognac gemaakt werd. Die leraar die orde kon houden en die leraar die dat niet kon maar wel aardig was.
In mijn opdrachten nu heb ik te maken met Zorg Advies Teams, in die tijd geen ZAT maar wel leerlingen met zorgen. Ik denk terug aan de leraar die een leerling met problemen thuis enige tijd in huis heeft genomen. Zou dat nu nog gebeuren?
Op de school van mijn twee dochters is wel een ZAT en ook een nestor en mentor en natuurlijk…. docenten. Later in dezelfde week en weer in de auto kwam het gesprek tussen mijn dochters op school en de docenten. Beide zitten op dezelfde school en dus worden geregeld de ervaringen met docenten uitgewisseld, vooral daar waar het een nieuwe docent betreft waar de andere mogelijk ook les van gaat krijgen. Onverbloemd en keihard, maar eerlijk, worden zij beoordeeld. Filosoferend zegt mijn jongste dochter dat het een dunne lijn is die bepaalt of de docent de klas mee heeft. In haar stem hoor ik dat zij liever heeft dat de docent in staat is de klas “mee” te hebben. Dat lukt, ook met goede begeleiding, helaas niet alle beginnend docenten. Jammer, want het is een mooi vak. Kennis overdragen op jonge mensen in heel bijzondere fase van hun leven. Een periode die soms gepaard gaat met vallen en opstaan en ook dan is de docent, soms in de rol van nestor of mentor, een belangrijke persoon voor deze jonge mensen in deze bijzondere fase. Zo bijzonder dat van alle mensen die in het leven voorbij komen de docenten vaak heel goed “bijblijven”. En de, ouder geworden, jonge mensen daar later in het leven mooie verhalen over vertellen op de radio.
Nanja Willemsen
NanjaWillemsen@bmc.nl
Recente reacties