Filed under - Hoofdredactioneel Commentaar door Peter Paul Doodkorte, Aflevering 4-67 by myrtedejong on 29 augustus 2011 at 13:38
no comments
Hoofdredactioneel commentaar – door Peter Paul J. Doodkorte
In de afgelopen dagen had ik verschillende ontmoetingen waarin de complexiteit van de toegang tot passende zorg aan de orde was. Vooral voor kinderen, jongeren en volwassenen die te maken hebben met met een zorgvraag waarbij de aangewezen hulp bestaat uit meerdere componenten is deze complexiteit groot. De grondslag voor het verlenen van die componenten is vaak verbonden met verschillende (soms elkaar uitsluitende) beleids- en financieringsregelingen. Er zijn allerlei belemmeringen, waardoor de start van zorg vaak een zoektocht langs en door een administratief en tijdrovend labyrint is.
Slechts door (te) veel inzet op het doorlopen daarvan is de aangewezen zorg te regelen. Dit levert aan de voorkant (start zorg) naast ongewenste en onnodige frustratie bij dienstverleners zowel als zorgvragers ook ongewenste vertraging van tijdige interventie op. Voor veel van hen is juist dat een tijdige interventie één van de belangrijkste kwaliteitsaspecten. In die gesprekken moest ik onwillekeurig denken aan een lijstje van 5, nee 25 problemen rond de invoering van het OV-chipsysteem
De OV-chipkaart moet reizen eenvoudiger maken, maar het systeem kent een aantal fundamentele problemen die pijnlijk duidelijk maken dat het systeem en niet de mens centraal staat.
Ik daag de lezer uit mij aan te tonen dat niet minstens 20 van de navolgende 25 knelpunten die golden of gelden bij de invoering van de OV-chipkaart dagelijks net zo hard opgaan voor het systeem van indicatiestelling in de sfeer van onderwijs, zorg en arbeid.
22 problemen met OV-chipsysteem
- Het systeem is niet intelligent opgezet
- Overstappen? Dat gaat zomaar niet!
- Reizen wordt sowieso duurder
- Sociale veiligheid wordt lang niet overal geboden
- Inschakelen OV-chipkaart voor trein is gedoe
- Treinreizen wordt ingewikkelder
- Abonnementhouders kunnen gestraft worden voor legaal reizen
- Er wordt geen samenreiskorting verleent
- De reiziger gaat van de file in de file
- Waar het systeem faalt, krijgt de reiziger de schuld
- Onhandigheid van de klant wordt hard gestraft
- Verkeerde poortje, dubbele rekening
- Er heerst een complete tarievenchaos
- Prijzen zijn lastig te controleren
- Er is opleiding nodig om met de kaart te werken
- Privacy is een zorgenkind
- Privacy is duur
- Anonimiteit is moeilijk te regelen of onmogelijk
- Het systeem wordt opgedrongen
- Het systeem is nog niet af
- De vervoerder staat central
- De OV-chipkaart is niet simpel
|
De problemen rond de OV-chipkaart hebben binnen politiek en bestuur tot de nodige commotie geleidt. Inmiddels zijn dan ook – verrassend snel – de nodige knelpunten rond de OV-chipkaart uit de wereld geholpen. Hoe anders ligt dat in de zorg.
Betere dienstverlening in tijden van heroverweging – dat is de opdracht waarvoor de overheid zich de komende tijd gesteld ziet. Burgers vinden de veelheid aan regelingen in zorg, welzijn, onderwijs en sociale zekerheid onoverzichtelijk. Ze willen een helder aanbod en geen bureaucratische rompslomp. Een efficiëntere overheid kan daarbij volgens mij ook samengaan met betere dienstverlening.
Het belang van integrale indicatiestelling moet niet onderschat worden. Als de vraag complexer is en op verschillende wetten betrekking heeft, neemt het risico op afstemmingsproblemen toe en werken organisaties sneller langs elkaar heen. Bekende voorbeelden zijn de woningaanpassing en de zorg thuis, de vervoersvoorzieningen in relatie tot deelname aan het arbeidsproces en de re-integratie van jonggehandicapten op de – lokale – arbeidsmarkt.
Integrale indicatiestelling kan participatie dichterbij brengen. Het inzicht groeit dat de ondersteuning van burgers compensatie van hun beperkingen moet opleveren, zodat ze zelfstandig kunnen functioneren en kunnen meedoen in de samenleving.
Inkomensondersteuning, re-integratie, het leren van de taal, scholing, zorg en maatschappelijke ondersteuning gericht op participatie – als het even kan op de arbeidsmarkt en wanneer dat niet aan de orde is in maatschappelijke organisaties – zijn effectiever en efficiënter wanneer ze op maat en in samenhang dan wanneer ze gefragmenteerd en onafhankelijk van elkaar worden ingezet.
Wet- en regelgeving en het bekostigingsstelsel in de hiervoor bedoelde domeinen zijn niet toegesneden op het kunnen aanbieden van brede zorgarrangementen. Waar bestaande wet- en regelgeving een belemmering vormen voor de ontwikkeling en het gebruik van deze arrangementen is aanpassing gewenst. Waar wet- en regelgeving worden gemist, zal deze moeten worden ontworpen. En voor de ontwikkeling daarvan zal regelvrijheid en experimenteerruimte moeten worden geschapen. Het gaat over:
- de noodzaak om juist aan de voorkant door integraliteit van aanpak (1 systeem/1 aanpak= passe partout) te komen tot zorgarrangementen welke de stapeling van zorg en administratieve procedures voorkomen in plaats van bewerkstelligen
- de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om die andere arrangementen van zorg te ontwikkelen maar vooral ook onderdeel te laten zijn van de reguliere verantwoording;
- de wegen die professionals bewandelen om die transitie naar andere arrangementen in gang te zetten.
Een dergelijke aanpak kan een forse bijdrage leveren aan een groot aantal gewenste ontwikkelingen in de zorg:
- duurzame en ook op termijn houdbare zorg;
- de juiste zorg op tijd en op maat;
- andere functie- en rolinhoud van professionals, meer passend op de behoeften van de klant en de samenleving van de toekomst;
- vergroting arbeidsproductiviteit van professionele zorg door focus op het te bereiken resultaat in plaats van de te doorlopen procedures;
- ontschotting door niet alleen cure, care en preventie met elkaar te verbinden maar ook zorg, welzijn en wonen;
- ontbureaucratisering.
Duidelijk moge zijn dat nieuwe concepten van toegang- en verantwoording van zorgprocessen en een daarop ingerichte organisatie van zorg het mogelijk maakt om de nu nog dominante concepten van (organisatie van) zorg worden doorbroken. In het goede geval lukt het een belangrijk aantal hardnekkige problemen, die zich op dit moment voordoen, op te lossen. Verwacht mag worden dat hiervan het nodige kan worden geleerd over de aanpak van hardnekkige problemen in andere gevallen.
Filed under Aflevering 67, Jaargang 3 by myrtedejong on 2 september 2010 at 09:25
no comments
Bron: AbvaKabo
Abvakabo FNV stelt de werkgeversorganisatie MOgroep Jeugdzorg een ultimatum. De onderhandelingen voor de nieuwe cao jeugdzorg zijn op 8 juni vastgelopen. De vakbond kondigt acties aan als de werkgevers niet aan haar eisen tegemoet komen.
Volgens Abvakabo FNV bevat het eindbod van de MOgroep Jeugdzorg een aantal verslechteringen waaronder een daling van de koopkracht. De werkgevers breken hiermee volgens de bond met de afspraken uit het landelijke Sociaal Akkoord van 2009. Hierin hebben sociale partners en overheid afspraken gemaakt over koopkrachtbehoud voor zowel 2009 als 2010.
Salaris
Abvakabo FNV eist een structurele salarisontwikkeling die tegemoet komt aan koopkrachtbehoud, met een structurele loonsverhoging van 1,25 procent. Verder wil de bond afspraken over het ombouwen van de wachtgeldregeling naar een nieuwe regeling zonder onderscheid tussen leeftijdsgroepen, gebaseerd op de huidige cao Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening.
Aantrekkelijk
Bovendien verzet de bond zich decentralisatie van de studiekostenregeling, verslechtering van de verlof regeling en tegen de verhoging van de werknemersbijdrage in de pensioenpremie. Volgens Abvakabo FNV is het noodzakelijk de jeugdzorg als sector aantrekkelijk te houden voor zowel werknemers. Tegenover het zware en waardevole werk dat werknemers in jeugdzorg doen, goede arbeidsvoorwaarden tegenover staan, stelt de bond.
Het ultimatum verloopt donderdag 16 september om vijf voor twaalf.
Filed under Aflevering 67, Jaargang 3 by myrtedejong on 2 september 2010 at 09:24
no comments
Bron: Rijksuniversiteit Groningen
Hans Grietens is per 1 september benoemd tot hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij gaat onderzoek doen naar het herkennen en behandelen van kinderen met ernstige gedrags- en opvoedingsproblemen.
Eerder onderzocht hij aan de Katholieke Universiteit Leuven interventies voor kwetsbare kinderen en gezinnen en de ontstaansmechanismen van problematische opvoedingssituaties. Zijn onderzoek naar de vroegtijdige taxatie van risico’s op intrafamiliale kindermishandeling en verwaarlozing leidde tot een in Vlaanderen veelgebruikt screeningsinstrument.
Filed under Aflevering 67, Jaargang 3 by myrtedejong on 2 september 2010 at 09:23
no comments
Bron: UMC St Radboud
De ontwikkeling van ADHD bij kinderen wordt niet alleen beïnvloed door hun genetische aanleg, maar ook door andere biologische en gezinsfactoren. Er is bijvoorbeeld een samenhang tussen ADHD-symptomen en een hoog geboortegewicht, roken tijdens de zwangerschap en complicaties tijdens zwangerschap en bevalling. Dat blijkt uit onderzoek waarop Cathelijne Buschgens op 9 september promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Zeker in families waarin ADHD vaker voorkomt, kunnen biologische factoren het risico vergroten. De gezondheidszorg zou daarom extra alert moeten zijn als bij een geboorte een combinatie van risicofactoren aanwezig is, vindt Buschgens.
Een weinig warme, overbeschermende of afwijzende opvoeding hangt samen met meer ADHD-kenmerken bij het kind, ontdekte Buschgens. Ze pleit ervoor om het hele gezin te betrekken bij de behandeling van een kind met ADHD, omdat ADHD de onderlinge relaties tussen ouders en kinderen en tussen broers en zussen b eïnvloedt.
Filed under Aflevering 67, Jaargang 3 by myrtedejong on 2 september 2010 at 09:23
no comments
Bron: Zeeuwseregio.nl
MIDDELBURG - Vanaf 6 september is de vestiging Middelburg van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Zeeland gehuisvest in Porthos, het loket voor welzijn, zorg en opgroeien. Door samenwerking met andere partners, is daarmee tevens het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) compleet.
De lang voorbereide samenwerking tussen de medewerkers van het consultatiebureau en de jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en jeugdartsassistentes gaat nu echt van start. Ook de samenwerking met andere partners* kan nu vanuit Porthos gerealiseerd worden. Dat betekent dat er in Middelburg vanaf 6 september één loket is voor de zorg voor jongeren van 0-19 jaar.
Door de verhuizing heeft het afsprakenbureau voor de consultatiebureaus op Walcheren vanaf 20 september een nieuw telefoonnummer: 0118-655051. Tot 20 september kunt u voor (het wijzigen van) afspraken met een consultatiebureau op Walcheren, nog het oude telefoonnummer gebruiken: 0118-597300. De locatie aan het Noordbolwerk 35 in Middelburg vervalt, per 6 september kunt u terecht op het nieuwe adres: GGD Zeeland, afdeling JGZ, Sint Sebastiaanstraat 12, 4331 PL Middelburg.
Filed under Aflevering 67, Jaargang 3 by myrtedejong on 2 september 2010 at 09:22
no comments
Bron: Zorgvisie – Krista Kroon
Het schrappen van begeleiding uit de AWBZ is “meer dan kansrijk” in de onderhandelingen over een nieuw kabinet. Dat zegt Jan Coolen van de NPCF, die namens vier patiëntenorganisaties een verontruste brief heeft gestuurd naar CDA en VVD.
“Bij veel politici bestaat de idee dat begeleiding en luxeartikel is. Dat is een grote misvatting”, staat in de brief van NPCF, Platform VG, CG-Raad en Per Saldo. De NPCF heeft vernomen dat de onderhandelende partijen informatie vragen aan bijvoorbeeld zorgverzekeraars en VWS-ambtenaren over het schrappen van begeleiding uit de AWBZ. Individuele begeleiding zou dan naar de gemeente gaan, dagbesteding zou wellicht in de AWBZ blijven. “De stroming die zegt dat individuele begeleiding uit de AWBZ moet, is meer dan kansrijk”, zegt Coolen. “Daarom trekken wij aan de noodrem.”
Onmisbaar
Volgens onderzoek van de cliëntenorganisaties is begeleiding voor veel mensen onmisbaar om zich te redden in het dagelijks leven. “Bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapten die op 20-jarige leeftijd zelfstandig gaan wonen. Als mensen met twee uur begeleiding geholpen zijn en daardoor niet naar een beschermende woonvormen hoeven, is dat gunstig voor henzelf en de staatskas.” Volgens hem bemoeilijkt overheveling naar de gemeente de afstemming tussen begeleiding en de AWBZ-zorg in bijvoorbeeld beschermende woonvormen.
Dicht bij huis
De cliëntenorganisaties hekelen in hun brief de neiging om te bezuinigen op relatief goedkope voorzieningen dicht bij huis. Coolen denkt dat een nieuw kabinet beter op een andere manier kan bezuinigen. Bijvoorbeeld door tijdelijke ondersteuning, zoals bij het vinden van een huis, te laten verrichten door MEE-organisaties in plaats van zorginstellingen. En door nog eens kritisch te kijken naar zorgorganisaties die te royaal omgaan met begeleiding. Hij pleit ervoor het veld zelf een plan te laten maken voor de gewenste bezuiniging. “Zeg tegen de zorgsector: ‘Jullie krijgen een half jaar de tijd om te bedenken hoe we dit slim kunnen organiseren. Anders grijpen wij alsnog in.”
Belastinggeld
Alle geadresseerde Kamerleden hebben al gereageerd op de brief, met de mededeling dat ze in deze fase van de onderhandelingen niets kunnen zeggen. Dat ze zo snel antwoorden, vindt Coolen niettemin bemoedigend. VVD-Kamerlid Anouchka van Miltenburg wil desgevraagd wel reageren op de suggestie om het veld zelf de bezuiniging te laten bedenken. “Kamerleden zijn gekozen om namens de bevolking te beslissen hoe belastinggeld wordt besteed. Het is ondenkbaar dat wij zouden zeggen: ‘Dit bedrag gaat naar de zorg en het veld mag beslissen wat het ermee doet’.”
Filed under Aflevering 67, Jaargang 3 by myrtedejong on 2 september 2010 at 09:21
no comments
Bron: IBMG Erasmus Universiteit Rotterdam
Als decentralisatieproject is de WMO geslaagd. Maar drie jaar na de introductie heeft de WMO nog niet geleid tot een ‘daadwerkelijk beter functionerend systeem van ondersteuning op lokaal niveau’. Veel gemeenten zijn vooral een WMO-uitvoeringsloket van het Rijk. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Boekhouders
Van het achterliggende doel van de WMO is nog weinig terecht gekomen, zegt hoogleraar Kim Putters van de Erasmus Universiteit in een toelichting op het binnenkort te verschijnen rapport Governance of local care service. ‘Een grote groep gemeenten hebben de WMO-taken weliswaar overgenomen, maar op een weinig vernieuwende manier. Je ziet het aan wie de aanbestedingen voor de WMO in elkaar zetten. Dat zijn toch weer de boekhouders en juristen, niet de mensen met inhoudelijke kennis.’
Recentralisatie
Volgens Putters, die als Eerste Kamerlid -voor de PvdA- ook de wetgeving van de WMO heeft meegemaakt, gaat die uitvoerdersmentaliteit in tegen de kern van de WMO is dat je als gemeente anders gaat denken. ‘Kijk als gemeente niet simpelweg naar waar de burger recht op heeft, maar kijk of je kunt zorgen dat burgers zelf moeite doen om hun beperkingen te kunnen compenseren, welke hulp ze elders krijgen en welke steun de overheid nog kan geven.’
Afwachtend
Putters en zijn Rotterdamse collega wetenschappers constateren dat van die andere manier van werken en denken, die zij paradigmawisseling noemen, nog weinig terechtkomt. Er zijn enerzijds ‘minder actieve gemeenten’ met een afwachtende houding en een roep om meer eenduidige aansturing door VWS of vanuit de VNG. Wat volgens de onderzoekers leidt tot ‘recentralisatie en uniformiteit in plaats van de beoogde variëteit en maatwerk’.
Vernieuwing loopt spaak
Anderzijds zijn er ook ‘veel’ gemeenten die de nieuwe beleidsvrijheid omarmen en op zoek gaan naar vernieuwing. Maar ook bij die gemeenten loopt de vernieuwing spaak. ‘Er is voldoende lokale creativiteit en organiserend vermogen’, volgens de onderzoekers. Maar het knelpunt ligt bij het structureel inbedden van de geleerde lessen, nadat pilots en experimenten aflopen. ‘Vaak vervalt men dan weer in oude werkwijzen.’
Bevlogen wethouders
Putters ziet wel enkele lokale lichtpuntjes. ‘Als je hele bevlogen wethouders hebt, met visie, dan zorgen zij voor meer ruimte om te experimenteren. En ik denk dat je sterke wethouders nodig hebt om de kokers van ambtelijk apparaat te overbruggen. Maar het kán. Dat zie je bijvoorbeeld in Rotterdam. Daar zorgen “mobiliteitspouls” voor activering van mensen die dat nodig hebben, maar dat werkt ook door in mantelzorg.’
Filed under Aflevering 67, Jaargang 3 by myrtedejong on 2 september 2010 at 09:20
no comments
Bron: Euregionaal Congresburo
Sleutelwoorden: Tieners, jong volwassenen, huiselijk geweld
9 december 2010 – Eindhoven
Wanneer we praten over ‘geweld achter de voordeur’, wordt er meestal het eerst gedacht aan een situatie waarin de man in huis zijn vrouw en / of kinderen mishandelt. Inmiddels heeft dat thema (terecht) de aandacht van professionals in zorg, welzijn en hulpverlening. De minder typische vormen van huiselijk geweld zijn echter minder bekend. Geweld van zowel minderjarige als meerderjarige kinderen tegen hun ouders, agressie en incest tussen broers en zussen, evenals (al dan niet seksueel) geweld in tienerrelaties zijn aan de orde van de dag. Tegelijkertijd zijn ze doortrokken van loyaliteitsconflicten en schaamte.
Het verkennen, verdiepen en delen van kennis op het terrein van huiselijk geweld door tieners en jongeren staat dan ook centraal tijdens dit landelijk symposium. Er zullen ook recente onderzoeksresultaten, good practices en praktische handvatten de revue passeren.
Filed under Aflevering 67, Jaargang 3 by myrtedejong on 2 september 2010 at 09:20
no comments
Bron: Euregionaal Congresburo
30 september 2010 – Eindhoven
Nederland telt circa 440.000 jongeren tussen de 5 en 20 jaar die tot de groep licht verstandelijk beperkten (of Licht Verstandelijk Gehandicapten, LVG) gerekend worden.
Deze zogenaamde LVG-ers vormen een kwetsbare groep doordat er naast de verstandelijke beperking vaak bijkomende gedragsproblematiek optreedt. Door hun beïnvloedbaarheid lopen zij extra risico waar het gaat om betrokkenheid bij criminaliteit, agressie en middelengebruik. Ook zaken als het ‘gewoon’ deel uitmaken van een gezin, relatievorming en perspectief op de arbeidsmarkt zijn vaak moeilijk. Daarnaast zijn er soms bijkomende psychiatrische ziektebeelden, zoals depressies.
Vanwege deze meervoudige problematiek is het behandelen en begeleiden van deze doelgroep niet eenvoudig. In toenemende mate worden ze dan ook gezien en veroordeeld als daders van delicten en vinden ze hun opvang in o.a. justitiële inrichtingen.
Hulpverleners en docenten staan voor de moeilijke opgave om een effectief zorgaanbod te realiseren voor deze jeugdigen: een aanbod dat tot op heden beperkt en fragmentarisch van aard blijkt. Anders gesteld wordt deze grote groep jongeren ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd, zonder dat de hulpverlening daar altijd even adequaat op inspeelt.
Op dit landelijk symposium zullen experts uit wetenschap en praktijk spreken over diagnostiek, behandeling en begeleiding van jeugdigen met een licht verstandelijke beperking.
Meer over dit symposium is te lezen op: http://www.congresburo.com/agenda.php?id=20
Filed under Aflevering 67, Jaargang 3 by myrtedejong on 2 september 2010 at 09:19
no comments
Bron: Euregionaal Congresburo
4 november 2010 – Eindhoven
In de zorg, de hulpverlening en het onderwijs zijn veel kinderen te vinden die op de één of andere manier een probleem ervaren dat met het onderwerp ‘hechting’ te maken heeft. Zij zijn vaak niet in staat om op een adequate manier een emotionele band aan te gaan met een ander. De basis van het vermogen van kinderen om zulke banden aan te gaan, wordt gelegd in het contact tussen de ouders / verzorgers en het kind.
Wanneer deze hechting niet goed verloopt, kunnen kinderen onveilig gehecht raken of zelfs een hechtingsstoornis ontwikkelen. Vaak zien we dat zulke kinderen zich geen houding weten te geven in relaties met anderen en zich terugtrekken, contact met ouders of verzorgers afwijzen en sociaal geïsoleerd raken. Aan het andere uiterste vinden we de kinderen die juist sociaal ontremd raken en geen onderscheid maken tussen bekende en onbekende personen.
Daarnaast toont onderzoek aan dat hechtingsproblematiek vaak gepaard gaat met groeiproblemen, leerproblemen en eetproblemen, waardoor (pleeg)ouders en andere opvoeders soms tot wanhoop gedreven kunnen worden. Anderzijds veroorzaakt problematiek aan de kant van de opvoeders vaak de hechtingsproblemen bij hun kinderen.
Op dit symposium zal een vijftal sprekers deze problematiek vanuit verschillende invalshoeken benaderen en aanknopingspunten voor behandeling en begeleiding presenteren.
De ervaring leert dat dit type symposia snel volgeboekt is. Bij inschrijving voor 17 september betaalt u bovendien het gereduceerde voorinschrijvingstarief,
Meer over dit symposium is te lezen op: http://congresburo.com/agenda.php?id=23
Recente reacties