Filed under Aflevering 5-5, Omdenken by christinebos on 29 januari 2012 at 17:50
no comments
“Goedemiddag, u spreekt met de afsprakenbalie van het Westfriesgasthuis. Alvorens u verder te helpen attenderen wij u op het volgende. Op alle diensten van ons ziekenhuis en van de daaraan verbonden vrij gevestigd specialisten zijn Algemene Betalingsvoorwaarden van toepassing.”
Deze frase is ons in alle ernst als een standaard welkom aan de telefoon van de afsprakenbalie aanbevolen in een notitie over nieuwe algemene betalingsvoorwaarden van ziekenhuizen. De boodschap aan de bellende patiënt luidt verder: “Deze voorwaarden zijn in te zien en te downloaden van de website van ons ziekenhuis. Zij zijn ook verkrijgbaar bij de afsprakenbalie van het ziekenhuis. Mocht dat bezwaarlijk zijn, dan stuurt het ziekenhuis u deze voorwaarden graag eerst op verzoek toe. U krijgt nu een medewerker aan de telefoon.”
Centen
Bij telefonisch gemaakte afspraken –zo luidde het advies- dient dit bandje voordat de patiënt een medewerker van de afsprakenbalie aan de lijn krijgt, afgedraaid te worden. Want als je wel betalingsvoorwaarden hanteert, maar je klanten er niet op wijst, dan is het maar de vraag of je, eenmaal voor de rechter, als ziekenhuis of vrijgevestigd specialist je centen wel krijgt.
Idioot
Ik mocht er laatst met wat collegae in een bestuurscommissie van de NVZ over sparren. Niemand was over deze passage in het doorwrochte stuk van enkele tientallen bladzijden over betalingsvoorwaarden gevallen. Je kan je inderdaad afvragen wie een grotere idioot is: de auteur van dit soort teksten of de ziekenhuisbestuurder die al zijn vergaderstukken eens een keertje leest. Denk overigens niet dat de kolder alleen in de kop van de zorgbestuurders en hun koepelmedewerkers is geslagen – ook de Orde had ernaar gekeken en was akkoord. Inmiddels is de notitie beleid en aan alle ziekenhuizen verstuurd. De leden van de NVZ mogen het beleid nu in daden omzetten.
Boosdoener
Waarom komen we dit soort onzin wel aan de lopende band in de zorg tegen, en niet bij, zeg, het maken van een afspraak bij de kapper of het APK-station? Ik kan me niet voorstellen dat de kappersbond of de Bovag dit soort malligheid naar zijn leden stuurt. We denken steeds dat de bureaucratie ons wordt opgelegd, maar in veel gevallen zijn we zelf de boosdoener. We hebben in onze sector een enorme drang om ons in te dekken. Met regels, formulieren en bezweringen denken we de zorg te beheersen. Straks mogen onze patiënten een formulier tekenen dat betreden van de hemelpoort, na een onverhoopt minder fortuinlijke behandeling, geheel voor eigen risico is.
Hugo Keuzenkamp
Filed under Aflevering 5-5, Omdenken by christinebos on 29 januari 2012 at 17:49
no comments
Opinie
De wijkverpleegkundige is weer terug in de Nederlandse gezondheidszorg! Buurtzorg heeft het pad geëffend. Inmiddels wordt het steeds drukker op dit pad, ook met Zichtbare Schakels. Tijd om door te zetten en in 2012 de Basisvoorziening Wijkverpleging te regelen.
Op maandag 16 januari heeft V&VN het rapport ‘Versterken van verpleging thuis’ uitgereikt aan staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten van VWS. Het is de opmaat naar een Basisvoorziening Wijkverpleging. Het rapport over de ervaringen in elf proeftuinen is een samenwerkingsproject van V&VN en de NPCF. De aanpak in de proeftuinen geeft antwoord op de vraag hoe de wijkverpleegkundige en haar team ruimte kunnen krijgen voor de beoogde schakelfunctie rondom kwetsbare ouderen. Voor het verbinden van eerstelijnszorg, care en welzijn. Uitgangspunt is een model waarbij wijkverpleging als basisvoorziening wordt ingezet.
Beschikbaar en toegankelijk
Het rapport doet verslag van elf proeftuinen. In het afgelopen jaar kregen wijkverpleegkundigen in deze proeftuinen de ruimte om de indicatie naast zich neer te leggen. Op basis van hun professionele blik konden zij in overleg met de kwetsbare oudere zélf de zorgvraag in volle breedte (zorg, wonen en welzijn) vaststellen. En wat denkt u? Opnieuw bewijzen wijkverpleegkundigen dat ouderen meer afstemming ervaren. Dat ze versterking van zelfredzaamheid ervaren en zich veilig voelen, omdat ze terug kunnen vallen op de wijkverpleegkundige. De wijkverpleegkundigen vinden hun werk uitdagender omdat ze meer ruimte ervaren om hun professie te kunnen uitvoeren. Ondanks het feit dat de wijkverpleegkundigen zelf de zorg bepaalden, bleven ze binnen de financiële kaders. Sterker nog: de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van wijkverpleging nam toe.
Doorzetten
Wat Buurtzorg de afgelopen jaren heeft aangetoond is nu aangevuld met waardevolle adviezen uit het rapport van V&VN en de NPCF. Tijd voor de staatssecretaris om door te zetten en de Basisvoorziening in 2012 te regelen. Tegelijkertijd kan de staatssecretaris dan ook de Basisvoorziening voor de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) in de eerste lijn regelen.
Een mooi 2012
De wijkverpleegkundige is weer terug in de zorg. Iedereen ziet het belang en de toegevoegde waarde van de wijkverpleegkundige. En zo ziet 2012 er ineens veel mooier uit! De wijkverpleegkundige en de SPV in een eigen basisvoorziening, samen met de huisarts in het zorgnetwerk dat zorg in de buurt garandeert!
Marian Kaljouw, voorzitter V&VN
Filed under Aflevering 5-4, Omdenken by woutergroot on 29 januari 2012 at 14:06
no comments
Ooit, in een grijs verleden, maakte ik deel uit van het dienstplichtig leger van Nederland.
In die tijd, begin jaren 70, werd ik regelmatig aangesproken met ‘Hoop des vaderland’ en ‘Nederlands hoop in bange dagen’.
Ik trok dan een beetje mijn schouders op en dacht bij mezelf: “Nou ja, als je het van mij moet hebben….”
Eind december 2011 promoveerde historica Angela Crott. aan de Radboud Universiteit op onderzoek naar opvoedingsliteratuur over jongens tussen 1882 en 2005.
De titel:” Van Hoop des Vaderlands naar ADHD’er”.1
“Begin twintigste eeuw werden jongens nog gezien als man-in-wording, op weg naar een belangrijke rol in de maatschappij. Dat ze in de tussentijd brutaal en baldadig waren hoorde erbij. Tegenwoordig zijn diezelfde eigenschappen een probleem.”
Nadat ik haar proefschrift had gelezen, ontstond bij mij het beeld van een dappere ridder die zichzelf een aantal decennia later als Don Quichotte terugvindt. Ziedaar, de jongen anno 2012.
In mijn beleving karakteriseert dit onderzoek tevens de identiteitscrisis waar de Jeugdzorg inzit.
We zijn het kwijtgeraakt, dat we jongens ( en hun gedrag) kunnen zien in het licht van “man-in-wording”. De Jeugdzorg richt zich (teveel) op het directief aanpakken van deviant gedrag. Ook Mischa de Winter e.a. wijzen op een te eenzijdige focus binnen de Jeugdzorg op het gedrag; het gaat om meer, veel meer……..2
In haar proefschrift schetst Angela Crott elf maatschappelijke veranderingen die bijdragen aan het problematiseren van jongensgedrag. Drie daarvan hebben volgens haar zelfs prominent bijgedragen, n.l.:
De individualisering; jongens worden op zichzelf teruggeworpen
De uitbreiding van de leerplicht en m.n. de verwetenschappelijking daarvan en
De vrouwenemancipatie.
Van “Hoop des Vaderlands naar ADHD’er”; we zijn toch wel een eind uit koers geraakt…….
De kern van haar bevindingen is, dat we de achterliggende decennia, jongensgedrag zijn gaan problematiseren.
Als je uit koers bent geraakt, hoef je je kompas maar een paar graden bij te stellen om grote verandering te bewerkstelligen. In haar onderzoek reikt Crott één oplossingsrichting aan: we moeten meer begrip en waardering opbrengen voor jongensgedrag.
Begrip vereist inlevingsvermogen en waardering het besef dat iemand waardevol is.
We zijn bezig met een transitie Jeugdzorg maar ook toe aan een koerswijziging: minder systeemgericht en meer mensgericht. Wanneer we het kompas op deze graden zetten (als organisatie de professional nauwkeurig volgen en servicegericht ondersteunen in het inleven en waarderen), kunnen grote wijzigingen gerealiseerd worden.
Met uiteindelijk het doel: de jongen weer zien als “Hoop des vaderlands”.
Mijn inschatting is, dat het de professional wel lukt om inlevend en waarderend te zijn.
Hij heeft daarvoor drie basisvragen waarmee hij aan de slag kan: “Wie ben je? Hoe gaat het met je? Wat kan ik voor je doen?”
Maar: Krijgt de zorgaanbieder het voor elkaar om dienstverlenend te zijn?
Zijn noties als “Positief opvoeden”3 toereikend om organisaties op de goede koers te krijgen?
Ik denk dat er meer nodig is; n.l. een bewuste en radicale keuze voor dienstverlening.
De zorgaanbieder die dienstverlenend is aan de professional, die “de-man-in-wording” ziet achter de baldadige en lawaaierige jongen.
Immers: van hen moeten we het straks hebben……….
Gegroet, gegroet, gij vrolijke en gezonde, lustige en stevige knapen; gegroet, gegroet, gij speelse en blozende hoop des vaderlands! Mijn hart gaat open als ik u zie, in uw vreugde, in uw spel, in uw uitgelatenheid; in uw eenvoudigheid; in uw vermetele moed. Mijn hart krimpt toe, als het bedenkt wat er, ook van u worden moet. Of zult gij, die daar beurtelings een frisse beet uit een zelfde appel doet, in later jaren nooit gewaar worden dat het nodig is de appel in een hoek te nemen en alleen op te eten; ja, de schillen weg te stoppen, en de pitten te zaaien voor uw nakomelingschap? En gij, die daar geduldig uw sterker rug leent aan uw vlugger vriend, die zich op uw schouders verheft om in de boom het spreeuwennest te zoeken, dat heel hoog ligt: zal de ondervinding u de verdrietige wijsheid onthouden, dat het beter is zelf een ladder te krijgen, en zelf het nest uit te halen, dan een goede dienst te doen en af te wachten òf en hoe men u zal belonen?4
1 Een wetenschappelijke proeve op het gebied van de Letteren. Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Radboud Universiteit Nijmegen op gezag van de rector magnificus prof. mr. S.C.J.J. Kortmann,. Woensdag 21 december 2011. Angèlina Josephina Maria Crott
2 Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Mischa de Winter (2010)
3 Positief Opvoeden; Stam en van Yperen, november 2010
4 Jongens; Hildebrand’s Camera Obscura
Gerard Besten
Gezinshuis.com
Rudolphlaan 2
3794 MZ De Glind
06-10588857/0342-450253
www.gezinshuis.com
g.besten@gezinshuis.com
Filed under Aflevering 5-4, Omdenken by woutergroot on 29 januari 2012 at 13:58
no comments
De enige overlevende van een schipbreuk spoelde aan op een klein, onbewoond eiland. Hij bad koortsachtig tot God om redding en elke dag zocht hij de horizon af voor hulp, maar die kwam maar niet opdagen. Uitgeput als hij was, slaagde hij er in een kleine hut te bouwen van drijfhout, om zich te beschermen en zijn schamele bezittingen in op te slaan.
Maar op een dag, na een zoektocht naar voedsel, kwam hij bij zijn hut en ontdekte hij dat die in lichterlaaie stond, grote rookwolken stegen ten hemel. Het ergst denkbare was gebeurd: nu had hij niets meer. Vol wrok en boosheid schreeuwde hij uit: ‘God, hoe kunt u me dit aandoen?’
De volgende ochtend vroeg echter, werd de man gewekt door het geluid van een schip dat het eiland naderde. Het schip kwam hem redden.
‘Hoe wisten jullie waar ik was?’, vroeg de man in opperste verwarring aan zijn redders. ‘We zagen jouw rooksignalen’, was het antwoord.
Filed under Aflevering 5-3, Omdenken by christinebos on 15 januari 2012 at 14:09
no comments
Bron: Binnenlands Bestuur | door Erik Gerritsen
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat criminaliteit van oudere familieleden (vaders, moeders, broertjes, zusjes, grootouders, ooms en tantes) behoorlijke voorspellende waarde heeft met betrekking tot de kans op crimineel gedrag bij jongere broertjes en zusjes (brusjes).
Voor criminele vaders, broertjes en zusjes is zelfs een onafhankelijke voorspellende waarde wetenschappelijk aangetoond. Dus alhoewel een bredere criminele familieachtergrond de kans op crimineel gedrag van brusjes ongetwijfeld verder doet toenemen, is de aanwezigheid van slechts één ouder gezinslid al een stevige risicofactor. Criminaliteit is dus “erfelijk” in de brede (niet puur genetische) zin van het woord. Verklaringen voor deze “erfelijkheid” zijn complex en divers, maar komen in de kern neer op negatieve socialisatieprocessen. Kansberekeningen variëren van 20% tot 70%.
Daarbij moet direct worden aangetekend, dat uit wetenschappelijk onderzoek ook blijkt dat een substantieel aantal kinderen ondanks de aanwezigheid van criminele gezinsleden niet in crimineel gedrag vervalt. Vermoedelijk door specifieke persoonskenmerken van het kind (“veerkracht”) en/of de aanwezigheid van zogenaamde beschermende omgevingsfactoren (bijvoorbeeld een rolmodel).
Dit roept de vraag op hoe te handelen wanneer sprake is van jonge kinderen in een gezin met oudere criminele gezinsleden die nog thuis wonen, wanneer er bij die jongere kinderen nog geen sprake is van crimineel gedrag of ernstige gedragsproblemen. In de wetenschap dat hoe jonger het kind, hoe moeilijker het is om vast te stellen of het kind zich veilig ontwikkeld. Stel je die kinderen onder toezicht of doe je dat pas op het moment dat ze ook beginnende of zelfs pas ernstige gedragsproblematiek gaan vertonen? Stel dat ouders wel “gedwongen vrijwillig” meewerken met het inzetten van zorg, maar toelaten dat oudere criminele broers thuis blijven wonen, is dat voldoende reden voor een (dreiging met een) uithuisplaatsing als het kind in kwestie waar het (nog) relatief goed mee gaat zich daar ook eens tegen verzet?
Ouders die zelf crimineel zijn (geweest) en/of meeprofiteren van de criminele verdiensten van hun oudere kinderen zijn verzwarende omstandigheden, maar mijns inziens is de voortdurende aanwezigheid van alleen al criminele broertjes of zusjes voldoende reden voor een ondertoezichtstelling van alle jongere kinderen, los van de vraag of de jongere brusjes al probleemgedrag vertonen. Ouders hebben immers hun opvoedkundige onmacht al bewezen.
Een ondertoezichtstelling van de kinderen waar het nog (relatief) goed mee gaat moet niet worden gezien als een straf voor die kinderen, maar als een cadeautje namens de overheid, met behulp waarvan door de gezinsmanager van Bureau Jeugdzorg kan worden gezorgd dat de zorg die nodig is ook daadwerkelijk beschikbaar komt voor kinderen en ouders. Een extra steuntje in de rug voor de kinderen om het er zelf wel goed af te brengen, ook als zij dit mogelijk zelf niet als zodanig ervaren (vaak onder invloed van de ouders) en het mogelijk op eigen kracht ook zouden hebben gered. Liever wat overkill voor de veerkrachtige kinderen dan te laat ingrijpen voor de makkelijk te beïnvloeden kinderen.
Als ouders wel “gedwongen vrijwillig” meewerken met de inzet van jeugdzorg, maar niet tevens bereid zijn de oudere criminele kinderen letterlijk “buiten de deur” te houden, dan is dat mijns inziens reden om een uithuisplaatsing van de jonge kinderen te overwegen. Hopelijk is de dreiging alleen al voldoende om ouders tot meewerken te bewegen en zo niet dan doet hopelijk de schok van daadwerkelijke uithuisplaatsing alsnog zijn werk met betrekking tot de bereidheid van ouders om mee te werken met de noodzakelijke zorgverlening.
Het altijd traumatiserende effect van een uithuisplaatsing kan zo veel mogelijk worden gedempt door een goede omgangsregeling (waarbij de opvoeding elders gebeurd, maar de ouders wel hun kinderen blijven zien), maar moet gezien worden als het minste van twee kwaden in het belang van de veilige ontwikkeling van de jongere kinderen.
Een mogelijk bijkomend voordeel van deze aanpak is dat de oudere 18+ criminele jongeren onder druk van een dreigende uithuisplaatsing van hun jongere brusjes “gedwongen vrijwillig” gaan meewerken met begeleid zelfstandig wonen en leer/werk trajecten of zelfs hun criminele jas aan de kapstok hangen. Deze vorm van beïnvloeding van de criminele jongeren uit het gezin (“reïntegrative shaming”) mag vanzelfsprekend nooit de hoofdreden zijn van deze aanpak en is dat ook niet (het belang van de jonge brusjes staat centraal), maar er is niets op tegen om dit bijkomende potentiële voordeel uit te nutten in het belang van de veilige ontwikkeling van de criminele 18+ers.
Het probleem zou natuurlijk zijn opgelost wanneer de wettelijke mogelijkheid wordt geschapen om ouders onder toezicht te stellen in plaats van kinderen, maar totdat het zover is, is er niets mis mee om de ondertoezichtstelling van kinderen te zien als cadeautje namens de overheid, om de kans dat ze zich veilig kunnen ontwikkelen zo maximaal mogelijk te laten zijn.
Een extra beschermend steuntje in de rug ter compensatie van de pech die ze buiten hun schuld ten deel is gevallen. Ik durf zelfs te stellen dat sprake is van een cadeautje voor de ouders die, weliswaar gedwongen, de kans krijgen iets te doen aan hun ouderlijke onmacht die vaak ook zelf mede het gevolg is van erfelijke criminaliteit.
Voor invoering van de hiervoor bepleitte aanpak zijn geen wetswijzigingen nodig, maar wel een maatschappelijke consensus, in het bijzonder ook onderschreven door de Raad voor de Kinderbescherming en kinderrechters, dat de voortdurende blootstelling aan criminele gezinsleden moet worden gezien als een ernstige bedreiging van de veilige ontwikkeling van jongere gezinsleden.
Ik kijk uit naar uw reacties.
http://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/opinie/columns/ongemakkelijke-waarheid-jeugdzorg-onder-ogen-zien.3551721.lynkx
Filed under Aflevering 5-1, Omdenken by christinebos on 9 januari 2012 at 20:37
no comments
2012 zat achter zijn bureau. Een omvangrijk introductiedossier van zijn voorganger 2011 moest hem het zicht op de werkelijkheid verschaffen. Hoewel: welke werkelijkheid? In Europa was die voor de Griek weer anders dan voor de Nederlander.
Hoe noordelijker hoe bleker als logisch gevolg van het klimaat en de natuur. In ons begrensde -gelukkig dat nog wel- vaderland was de werkelijkheid van Geert weer anders dan die van Hare Majesteit. Ook dat verschil in beleving ging over moeder aarde en zeker ook het klimaat. Vanuit de beveiligingsoptiek bezien kwam de werkelijkheid van beide weer aardig overeen. Kortom: het dossier –hoe omvangrijk ook- was beperkt bruikbaar, maar voldoende om verder in gedachten te verzinken.
Markwerking
Het dossier ging vooral over het ‘Haagse’ met ook daar werkelijkheden te over. De markwerking was een ongekend succes. Zijn populariteit was omgekeerd evenredig aan die van het beleid van zijn coalitie. Simpele reden daarvoor was, dat Mark normaal deed en geen taboes kende. En dat kon je van het beleid niet zeggen. En Mark kon dat uitleggen ook. Aard en nagelvast geklonken aan gedoogakkoorden met links en rechts partijen die allemaal een graantje wilden meepikken, was het al een hele prestatie de boel –zoals Job dat noemde- bij elkaar te houden.
Jobsgeduld
De werkelijkheid van Job was weer een heel andere. Na afstand te hebben gedaan van de Amsterdamse ambtswoning werden –als het aan de nieuwe partijvoorzitter lag- de laatste banden met de Grachtengordel doorgesneden en was een verblijf in een Vogelaarwijk het wenkend perspectief. Maar het Jobsgeduld zou de Jobstijdingen wel overleven en wie weet ook de Markwerking.
Europa als ZBO en Nederland als gidsland
De politiek kreeg meer en meer het karakter van de beurs met dagelijks de De Hond index. Geen context om de markten van wonen, werk, zorg en vergrijzing op te schudden en verworvenheden op zijn merites te beschouwen. Of waren substantiële veranderingen alleen nog mogelijk in een structuur met ‘politieke’ sturing uit Brussel en uitvoering door technocraten? Met interesse werd dit democratisch experiment in Italië en Griekenland gevolgd. Europa als zelfstandig bestuursorgaan en de deelnemende landen als agentschap. In Nederland hadden we met die bestuurlijke constructie veel ervaring opgedaan. Toch weer een beetje gidsland?
Groeiende zorg
In de zorg buitelden de werkelijkheden ook over elkaar heen. Zwijgende specialisten, protesterende huisartsen en niet meer van zorg verzekerde pgb-ers. De Haagse zorgwerkelijkheid -zo bleek uit het dossier- was bepaald rooskleurig. Afgezet tegen belendende percelen als onderwijs en sociale zekerheid klotste met de voorziene miljardengroei het geld nog steeds tegen de plinten. Het lastige verdelingsvraagstuk binnen de groei was zo gezien een luxe probleem. Kunst was niet om de kostenstijging een halt toe te roepen, want dat was met de ontwikkelingen in de wetenschap en die van de inkomens van specialisten en andere grootverdieners in de sector onbegonnen werk, maar om de toestroom van cliënten in te perken.
De driekleur coalitie
Na zo wat overpeinzen was het 2012 wel duidelijk. Niet te veel hooi op de vork en vooral niet regeren om vooruit te zien. Als schrikkeljaar hield hij er ernstig rekening mee dat de extra dag opging aan een gang naar de stembus. Hoe duurzaam was de markwerking en de houdbaarheid van de euro? Zou Europa –meer nog dan de nationale taboes of als alibi- aan het gedogen een einde maken? Of was de De Hond index voldoende aanleiding voor een gang naar de kiezer met uitzicht op een coalitie van SP, PVV en –als altijd beschikbaar- het CDA?
Mondje dicht
Voor de zorg was doorborduren op 2011 ambitieus genoeg. En vooral niet te veel in de schijnwerper. Eén jaar persoonsgebonden publiciteit was wel voldoende. Mondje dicht was de instructie.
Door decentraliseren
Decentraliseren was dankbaar werk. De ervaring van de afgelopen jaren leerde dat gemeenten niet te beroerd waren de rijkserfenis zonder boedelbeding over te nemen. Kortingen gingen er –onder het motto van efficiency en synergiewinst- in als koek en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten was een ideale onderhandelingspartner. Wat aardig gelukt was, was het afwentelen van een groot deel van het extra miljard -de zgn. Wildersgelden- voor de ouderenzorg op de gemeenten in het kader van de decentralisatie van de AWBZ-begeleiding. Wellicht was de VNG ook nog wel te overtuigen van de gedachte dat het voor de beleidsvrijheid van gemeenten funest was bij het overdragen van rijkstaken geld over te hevelen.
Weg met de rugzakjes
Nog voor Youp van ’t Hek in zijn oudejaarsconference had afgerekend met rugzakjes was daar vorig jaar al een stevig begin mee gemaakt. Pro actiever kon toch niet. Niet alleen het afschaffen van het persoonsgebonden budget in de zorg, maar ook in het onderwijs en de re-integratie was de terugtocht ingezet. Youp had nog eens treffend verwoord hoe er achter je rug om in rugzakjes gerommeld kon worden. En nu maar hopen, dat de -politiek afgedwongen- pseudoregeling voor de volhouders genoeg uitvoeringsellende met zich mee zou brengen om een revival te voorkomen. De uitvoering door verzekeraars was in dat verband wel een goede greep, want die waren niet erg gecharmeerd van restitutieachtige modellen. Het verdwijnen van de rugzakjes uit het straatbeeld – dat moest in 2012 kunnen lukken- was een mooi eind aan de ideologie van de keuzevrijheid. Je had het kunnen weten: ideologieën lopen altijd uit de hand.
Gerard van Pijkeren
Filed under Aflevering 4-100, Omdenken by christinebos on 9 januari 2012 at 13:08
no comments
Column
Betaald werk is van grote waarde voor het individu. Die waarde betreft enerzijds het inkomen dat het werk oplevert, en anderzijds de sociaalpsychologische baten van betaald werk. Dan gaat het om identiteit, structuur van de dagindeling, status, sociale contacten en het hebben van een doel. Deze baten van betaald werk zijn op verschillende manieren van belang voor de ontwikkeling van het Passend Onderwijs.
Bezuinigingen Passend Onderwijs leiden tot baanverlies
De ontwikkeling van bezuinigingen brengt de kans met zich mee dat de baten van betaald werk verloren gaan voor een groot aantal mensen dat nu werkzaam is in het speciaal onderwijs. Onderzoek suggereert dat de aangekondigde bezuiniging op het Passend Onderwijs voor ongeveer 5.000 mensen het verlies van hun baan inhoudt. Op individueel niveau pijnlijk, weet ik uit ervaring. Met gevolgen die direct het dagelijks leven, welvaart en welzijn raken en die ook op langere termijn doorwerken. Denk bijvoorbeeld aan een verlies van vertrouwen, omdat je baan klaarblijkelijk ‘zo maar’ verloren kan gaan, hoe hard je ook je best hebt gedaan om goed werk af te leveren!
Inzet Passend Onderwijs als verantwoorde zuinigheid
Als het werkelijk zo is, dat met minder middelen dezelfde of zelfs betere resultaten zijn te behalen, dan valt de stelling te verdedigen dat de bezuiniging op Passend Onderwijs te zien is als een vorm van verantwoorde zuinigheid met gemeenschapsmiddelen. Je zou bijna zeggen, als een voorbeeld van duurzaamheid, van het zuinig omgaan met de natuurlijke hulpbronnen waarover we als gemeenschap beschikken. Nog even, en de inzet van het kabinet op Passend Onderwijs is te zien als groen beleid…
Nadruk ligt op ontwikkelperspectief van jonge mensen
Dat geldt zeker, als het – zoals beoogd wordt – lukt om meer jonge mensen met een beperking via Passend Onderwijs in staat te stellen hun capaciteiten dusdanig te ontwikkelen dat ze geheel of gedeeltelijk een betaalde functie kunnen uitoefenen. Betaald werk in plaats van de Wajong, dat is de ambitie met de nadruk die de minister legt op het ontwikkelperspectief. Ze wil dat er aandacht is voor méér dan zorg, namelijk de ontwikkeling van de mogelijkheden die mensen wèl hebben. Dat perspectief op ontwikkeling leidt er toe dat ook deze jonge mensen de kans krijgen te profiteren van de baten van betaald werk. Zowel maatschappelijk, als individueel zou dat winst zijn – economisch, sociaal en psychologisch.
Efficiëntere zorg lijkt inspirerend verhaal
Voor wethouders biedt dit gedachtengoed de kans om meer mensen uit hun lokale gemeenschap op een efficiënte manier mee te laten doen. Efficiency die mede te realiseren is door de verbinding te leggen met de transitie van de jeugdzorg. Uiteraard is het nog een hele uitdaging om de rol als regisseur van het jeugdbeleid, inclusief het passend onderwijs, waar te maken, maar het verhaal klinkt goed – en dus inspirerend voor bestuur en uitvoering.
Gevaren van de nadruk op efficiency
Maar wat als het niet mogelijk is om met de ontwikkeling van Passend Onderwijs, in de verbinding met de jeugdzorg, efficiëntere zorg en een betere ontwikkeling van capaciteiten te realiseren? Als de inzet op meer met minder, op efficiënt èn effectief, een gevalletje framing van spindoctor F.Fish&Cie is? Dan zijn het niet alleen degenen die hun baan verliezen, wier vertrouwen geschaad wordt. Ook ouders en kinderen verliezen het vertrouwen in de overheid en politiek. Zo bezien, staat er veel op het spel: enerzijds banen van professionals en de kansen van kinderen met een beperking, anderzijds de kloof tussen burger en bestuurder. Ik hoop maar, dat degene die regisseur is van het jeugdbeleid omdat hij of zij dicht op de praktijk zit en dus precies kan sturen op de lokale vraag, niet eindigt als de kop van Jut.
Dr. Kees Verhaar
Programmaleider Nicis
Lector Professional in Ontwikkeling bij pro-Education
Filed under Aflevering 4-100, Omdenken by christinebos on 9 januari 2012 at 13:07
no comments
Bron: Binnenlands Bestuur | door Erik Gerritsen
Ik heb de afgelopen tijd in deze columns regelmatig de nodige kritische opmerkingen gemaakt over de tekortschietende financiering van de Bureaus Jeugdzorg. Eind vorige week zijn de onderhandelingen tussen staatssecretaris Teeven en het IPO hierover na jaren van discussies en vele onafhankelijke onderzoeken afgerond. Ik maak u gaarne deelgenoot van mijn beoordeling van het onderhandelingsresultaat.
Het onderhandelingsresultaat gaat slechts over de jaren 2012 en 2013. Ten onrechte wordt de indruk gewekt dat de dat de bedrijfsvoering van de BJZ’s niet op orde zou zijn. De BJZ’s voldoen gewoon aan de verantwoordingseisen die tot nu toe door de politieke opdrachtgevers aan hen zijn gesteld. Ze ontvangen elk jaar een goedkeurende accountantsverklaring en zijn volledig transparant over hun kostenopbouw, er is alleen nog sprake van een niet op alle onderdelen onderling volledig vergelijkbare kostenopbouw, maar daar zal nu met spoed aan worden gewerkt.
Maar afgezien daarvan betekent het bereikte onderhandelingsresultaat dat voorlopig weer wachtlijstvrij kan worden gewerkt met een acceptabele caseload en op een verantwoord kwaliteitsniveau. Daarnaast stellen beschikbaar gestelde budgetten voor zogenaamde ‘vliegwiel’ projecten BJZ’s in staat om te investeren in ‘businesscases’ gericht op verdere kwaliteitsverbetering die zullen leiden tot kortere ondertoezichtstellingen en een verminderd beroep op dure jeugdzorg.
Staatssecretaris Teeven heeft, kortom. zijn politieke verantwoordelijkheid genomen voor kwetsbare kinderen die in de knel zitten, en dat verdient waardering in een tijd van forse bezuinigingen. Ere wie ere toekomt. En adel verplicht. Op de BJZ’s rust nu de taak om het geschonken vertrouwen waar te maken.
Voor mezelf sprekend als bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam ben ik daar graag voor iedereen die dat wil op aanspreekbaar. Los van de reguliere publiekelijk beschikbare verantwoordingsdocumenten nodig ik dan ook iedereen, politici, journalisten, burgers en ouders en jongeren die te maken hebben met BJAA uit om zich de komende tijd te vergewissen van de wijze waarop BJAA invulling geeft aan haar verantwoordelijkheid om op te komen voor kinderen in de knel. We gaan graag met u in gesprek of organiseren een werkbezoek of werkstage. We zijn met bijzondere innovaties bezig die de jeugdzorg duurzaam zal verbeteren en daar vertellen we graag over en dat laten we graag zien.
Omdat het bijna kerstmis is veroorloof ik me nog één wens. Het zou de voor de financiering van de BJZ’s medeverantwoordelijke staatssecretaris van VWS Van Veldhuijzen van Zanten sieren als zij in navolging van haar collega Teeven nog eens zou willen kijken naar de financiering van de taken die de BJZ’s in het ‘gedwongen vrijwillige’ kader uitvoeren. Het gaat dan om multiprobleemgezinnen die net zo zwaar zijn als de gezinnen die al te maken hebben met jeugdbescherming of jeugdreclassering.
Gezinnen waarvan de ouders onder de drang van een dreigende maatregel nog ‘vrijwillig’ meewerken met de gezinsmanager van BJZ of waarvan het criminele kind nog niet op heterdaad is betrapt. Gegeven de huidige financiering vanuit VWS moet voor deze gezinnen gewerkt worden met een ten opzichte van de jeugdbescherming en jeugdreclassering meer dan dubbele caseload. Het laat zich raden wat dit betekent voor de effectiviteit en de kans op onnodige escalatie naar een maatregel in het gedwongen kader.
Ik zou tegen de staatssecretaris van VWS willen zeggen, ook voor u geldt dat adel verplicht.
http://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/opinie/columns/adel-verplicht.3211028.lynkx
Filed under Aflevering 4-100, Omdenken by christinebos on 9 januari 2012 at 13:06
no comments
Bron: manifest
Zorgorganisaties moeten met spoed hun achterstand op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen inlopen. Dat bepleiten meer dan twintig directeuren en voorzitters van organisaties en toeleveranciers in de zorgsector in een duurzaamheidsmanifest.
Het manifest volgt op een bijeenkomst eerder dit najaar. In aanwezigheid van onder anderen Jan Peter Balkenende, partner van Ernst & Young, Herman Bol, raad van bestuur UMC Utrecht en Pauline Meurs, bestuursvoorzitter ZonMw, kwamen kopstukken uit de zorg bijeen om de stand van zaken rond maatschappelijke verantwoord ondernemen (MVO) in de zorg op te maken. Conclusie: de sector is te veel bezig met de korte termijn en mist de kansen die maatschappelijk verantwoord ondernemen biedt. Op bestuursniveau is er nog nauwelijks sprake van integraal MVO-beleid.
Elan
Volgens de ondertekenaars van het manifest is een integrale aanpak gericht op een duurzame en toekomstbestendige zorg hard nodig om de sector van nieuw elan te voorzien. Het concept van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) kan een rol spelen bij kwesties als kostenreductie, innovatie en het imago op de arbeidsmarkt.
Legitimering
Meer in het bijzondere pleiten de ondertekenaars voor focus op kwaliteit, waarbij de lange termijn leidend moet zijn. Patiënten, familie en vrienden zullen vaker zelf de regie gaan voeren, ondermeer met behulp van e-health. Daarnaast verdienen medewerkers meer verantwoordelijkheid en ruimte om hun passie voor goede zorg waar te maken. Bovendien moet er meer aandacht komen voor transparantie. Dit leidt niet alleen tot meer inzicht in kosten en risico’s, maar is ook een bron voor innovatie en cruciaal voor de maatschappelijke legitimering van zorgaanbieders.
Platform
Tot de ondertekenaars van het MVO-manifest in de zorg horen onder anderen het UMC Utrecht, Philadelphia Zorg, het Jeroen Bosch Ziekenhuis, het UMC St Radboud, de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF), KNMG, GGD Nederland, PGGM, Assist, ZonMW en zorgverzekeraars De Friesland en CZ. De ondertekenaars roepen andere organisaties op om zich aan te sluiten bij een nieuw te vormen platform. MVO Nederland, gezondheidsinstituut NIGZ en het Milieuplatform Zorgsector gaan dit platform faciliteren.
Filed under Aflevering 4-90, Omdenken by christinebos on 9 januari 2012 at 09:35
no comments
Door: Arienne van Staveren
Cees Veenstra had een boekhandel in Amsterdam op de hoek Utrechtse Straat en de Singel vlak bij het Rembrandtsplein. Die boekhandel is er nog steeds en ook zijn naam staat nog op de ruit. Cees Veenstra was de boekhandel bij wie Reve, Mulisch en van Oorschot hun boeken kochten. Hij was huisleverancier van schrijvers en uitgevers. Hij heeft ze gekend en hun verhalen gehoord. Nu is Cees Veenstra 92 en is hij ziek. Hij brengt zijn dagen door in een rolstoel of in een bed in een verpleegtehuis in Laren. Mijn vader heeft Cees Veenstra leren kennen, omdat hij ook zijn boeken bij hem kocht.
Cees Veenstra en mijn vader zijn vrienden geworden. Twee keer in de week bezoekt mijn vader hem; Kees gaat bij Cees op bezoek. Hij geeft hem een glaasje wijn of een gesuikerd gembertje. Soms ga ik mee. Voor mij is Cees Veenstra ‘meneer Veenstra’. Heel soms vertelt meneer Veenstra over vroeger, als hij bij is en een goede dag heeft. Meestal is hij verzonken in zijn eigen wereld. Hij ontbeert de intellectuele uitdaging en heeft in het huis geen gesprekspartners met wie hij over literatuur kan praten. Zo’n bezoek is het leven en de dood tegelijkertijd in de ogen kijken. Ik vraag me dan af hoe ik als bestuurder meneer Veenstra zou zien.
Nu ik vanuit Sioo met Boer & Croon een leergang heb gemaakt voor aankomende zorgbestuurders kijk ik anders naar meneer Veenstra. Meer vanuit het systeem, meer vanuit nabijheid en distantie en meer vanuit het verlangen bij te dragen aan een zorg die naar meneer Veenstra kijkt alsof het een ‘eigen vader’ is.
We hebben of krijgen er allemaal mee te maken: ouders op leeftijd die kwetsbaar worden, een kennis die alleen komt te staan en zorg nodig heeft, mensen die geestelijk in de war zijn of een kind dat het alleen niet redt. Wie zelf te maken krijgt met de langdurige zorg komt terecht in een jungle van mogelijkheden en onmogelijkheden, regelingen en wetten, procedures en doorverwijzingen, gesloten deuren en onverwachte aandacht, welwillende hulpverleners die wel of geen tijd kunnen maken. Een ding valt op: de zorg is in verandering. Ze moet wel, want de groei van zorgbehoevende mensen neemt van dag tot dag toe, personeel is steeds moeilijker te vinden en het wordt allemaal steeds moeilijker te bekostigen. Hoe je weg te vinden als bestuurder? Hoe kun je slim inspelen op de invoering van een zorgverzekeringswet en hoe ga je om met nieuwe denkbeelden over wat zorg kan zijn? Het is een wereld die vraagt om veranderkundig inzicht en om bestuurders met lef en innovatiekracht. Tegelijkertijd is de balans tussen onverstoorbaar en inlevend vermogen van cruciaal belang.
Alsof het je eigen vader is … Kun je en durf je als bestuurder zo te kijken naar meneer Veenstra? Hoe kijk je als je werkt voor een instelling met 400 somatische of dementerende patiënten? En wat betekent dat voor je rol als bestuurder? Dat betekent dat je niet alleen weet wie je cliënten zijn, maar ze ook durft te zien en te ontmoeten. Dat betekent dat je schakelt tussen wat is en wat anders kan. Dat je de dynamiek in het zorgsysteem in al zijn versterkende en verzwakkende relaties leert kennen en durft om het pad van vernieuwing op te gaan samen met die ander partijen die het allemaal niet makkelijker maken. De zorg vraagt om bestuurders die het ongemak vanuit passie aan durven raken, die de dynamiek van samenwerking durven zoeken en die in het gat van de vacante verantwoordelijkheid willen stappen. Niet alleen, maar samen met meneer Veenstra, zijn verplegers, zijn kinderen.
Voorlopig blijft mijn vader meneer Veenstra bezoeken. De andere zorg maakt meneer Veenstra niet meer mee, maar hij draagt wel bij aan mijn bewustzijn en verlangen.
Page 1 of 1212345»10...Last »
Recente reacties